Persoonlijke bijdrage van:

Jan Egelmeers

Lang getwijfeld of ik met mijn verhaal ook naar buiten zou komen. Maar het is toch goed dat mensen ook weten hoe het een jongen als ik is vergaan op Ravensbos.
In 1962 werd ik van de 5e klas lagere school geplukt. Pater Lempens deed het voorwerk terwijl ik buiten speelde, en voordat ik er goed en wel erg in had zat ik in de VK van Ravensbos. Natuurlijk wilde ik missionaris worden en dus was dit een logische stap. Of niet? Ik was nog zo groen en zo verlegen, niet weerbaar. Het nieuwe leven viel in veel opzichten nogal rauw op mijn dak. Een aantal onschuldige opmerkingen van medestudenten hadden zo'n impact dat ze mijn leven flink hebben beinvloed. Ik kan het me niet meer voor de geest halen, maar er is bijvoorbeeld gelachen om mijn toen nog hoge stem en Limburgse tongval, ik werd nagedaan en dus keek ik wel uit om me veel te uiten, iets wat ik toch al niet gemakkelijk deed.
Iemand maakte in het zwembad een opmerking over mijn buik, wat aanleiding was om me niet meer te tonen, er alles aan doen om niet in situaties te geraken waarin blouse of hemd uitmoesten. Op de foto's die op internet staan van de vakantie in Velaux zie ik me met blouse aan en met angst in mijn ogen zitten temidden van de andere jongens in zwembroek.
Bij de geringste tegenslag (bijv. iets niet weten in de les of als er een rolletje drop was gestolen) kon ik mijn tranen niet bedwingen. Dat was lastig voor de anderen, maar vooral voor me zelf een bron van schaamte. En zo waren er nog een aantal problemen, angsten, waar ik het hier niet over wil hebben.
Ik behoorde meteen al tot het kleine groepje dat niet goed kon voetballen en viel buiten de boot. Van klasgenoten kreeg ik stompen tijdens de pauzes en kon daar aanvankelijk weinig tegenover zetten.
Ik wilde graag een muziekinstrument bespelen. 's Avonds oefende je dan in een klaslokaal. Bij iedereen kwam de pater die dat organiseerde regelmatig kijken, bij mij nooit. Dus ben ik er -spijtig genoeg- maar mee gestopt.
Door allerlei veranderingen aan mijn lichaam (puberteit) heb ik doodsangsten uitgestaan en durfde of kon er met niemand over praten. Ik had geen idee wat er met me gebeurde
Dit zijn zo een paar feiten ter illustratie dat ik me erg geisoleerd en eenzaam gevoeld moet hebben. De biechtvader die ik gekozen had en bij wie je regelmatig op de kamer werd verwacht (die je dus eigenlijk moest begeleiden) had geen enkele interesse, kende na een jaar mijn naam nog steeds niet, noemde me Piet.
Van de volgende biechtvader kreeg ik meer aandacht, maar deze wist waarschijnlijk ook niet goed om te gaan met mijn verlegenheid. Als sexuele voorlichting kreeg ik een boek met de beeltenis van Michelangelo's David voor me. De pater ging een kwartier weg en ik moest er naar kijken.
Ik ben geinteresseerd geraakt in popmuziek, kreeg een transistorradiootje, en dat werd mijn beste vriend. Met een paar jongens wisselde ik toptienen uit e.d. Daar ging de meeste tijd in de studiezaal inzitten.
Op de lagere school kon ik goed leren, maar gaandeweg op Ravensbos werd dit minder. De concentratie was er niet om de hele avond in de studiezaal te zitten. Je mocht geen boek lezen als je klaar was met studeren, dus je zat de tijd uit tot bedtijd (21.15 in het eerste jaar). Ik ontdekte dat je met spiekbriefjes ook een eind kon komen.
Toen ik na een week griep in de eerste klas bij een bepaald vak uitleg vroeg (weliswaar na de les, want in de les durfde ik dat niet) aan de leraar wilde deze die niet geven. Gevolg was dat ik sindsdien achterop raakte, uiteindelijk de proefwerken niet meer maakte, geen beurten meer kreeg in de les maar…. eerst nog wel een vijf op mijn rapport kreeg voor dat vak, maar gaandeweg helemaal geen punt meer. En er is nooit een woord over gesproken!!!
In de vakanties thuis zat ik ook vooral bij de radio. In het dorp durfde ik nergens naar toe, durfde mensen niet aan te kijken als ik ze voorbij fietste, was mensenschuw. In het eerste jaar (en misschien ook het tweede) zie ik mezelf nog in de vakantie met een brief langs de deuren gaan om geld op te halen, in een ander dorp dan waar mijn ouders woonden. Ik overhandigde de brief en vroeg of degene die de deur opende hem wilde lezen. Het had nog resultaat ook.
In de hogere klassen kwam ik wat meer uit mijn schulp, maar bleef op de achtergrond. De verveling uit die tijd blijft me wel bij. Die lange avonden in de weekends dat er tv gekeken werd en ik op de achtergrond wat stond te biljarten. Ik hield nou eenmaal niet van dr. Finley of Stiefbeen en zoon.
Naar mijn idee is er in de jaren op Ravensbos iets grondig fout gegaan. Er is niemand geweest die zich echt om me bekommerd heeft, die eens een arm om me heen heeft geslagen, die iets van opvoeding op me heeft losgelaten. Dat doet me nog steeds zeer. En mijn ouders hebben het natuurlijk ook niet opgepakt, gingen er waarschijnlijk uit dat dat op Ravensbos wel gebeurde (?).
Na een paar jaar ben ik beter mijn draai gaan vinden, maar bleef een teruggetrokken jongen (denk ik).Mijn kontakten met andere jongens hadden veelal met popmuziek te maken. In de recreatiezaal bij de wat ouderen zat ik er graag bij als anderen moppen vertelden, onder het genot van een liter Cap-limonade, of als liedjes van Boudewijn de Groot werden opgedreund. Heel erg vond ik het als ik muziekervaringen wilde uitwisselen met een jongen die twee klassen lager zat dan ik, en dan door zijn klasgenoten werd weggestuurd vanwege dat klasseverschil.
De carnaval vond ik echt geweldig en die bracht me er zelfs toe om meerdere malen een optreden met anderen te verzorgen. Later heb ik nog vaak op personeelsfeestjes e.d. opgetreden.
De sportdag vond ik qua sfeer wel leuk. Voor het sporten zelf hoefde het van mij niet. De muziek van Mario Lanza (Trink, trink….) blijft me in dit verband bij.
In de derde/vierde klas werd het goed merkbaar dat er minder leerkrachten waren. Er was maar een pater met een MO-akte. Er kwamen enkele leken-leraren. De Mammoetwet begon in werking te treden en dus moest er een vakkenpakket gekozen worden. Het moest wel een A-pakket worden.Exacte vakken was niet aan mij besteed en ze werden m.i. ook niet (meer)allemaal gegeven. Alle talen mocht ook niet, wat achteraf jammer was. Het niveau van de opleiding daalde naar mijn idee (parallel met de neergang van het rijke roomse leven) schrikbarend. Na de vierde klas op Ravensbos moesten we naar de HAVO op het Bernardinuscollege te Heerlen, wederom de vierde klas. De overgang was erg groot (mijn "normale"leeftijdgenoten bleken vriendinnetjes te hebben, iets waar ik nooit bij stilgestaan had). Mijn niveau was bedroevend, ik kon me niet concentreren etc., met spreekbeurten kwam ik keer op keer vast te zitten. Gevolg: nog eens de vierde klas overdoen. Toen ik de vijfde eindelijk bereikte heb ik die ook nog maar eens gedubbeld voordat ik mijn diploma had. Ondertussen was ik toen al een jaar bij mijn ouders, die me tijdens de kerstvakantie voor het eerst hadden gevraagd of ik het nog wel leuk vond op Ravensbos. Ik durfde het uit me zelf niet te zeggen, uit angst om hen teleur te stellen, maar nu was dus het moment en bleef ik meteen thuis. Gevolg was dat ik ook in militaire dienst moest. Om deze te ontlopen was ik ook nog maar op Ravensbos gebleven, hoewel het groot-seminarie niet echt lokte.
Afijn, toen begon het leven pas echt. Veel geworstel om er nog iets van te maken, om aan de maatschappij te wennen en daarin mee te komen. Het is wonder boven wonder gelukt, al houd ik wel wat littekens waar ik nog regelmatig last van heb.
Hoe het gegaan zou zijn als ik niet op Ravensbos was geweest, is natuurlijk de vraag. Een positief effect van de Ravensbostijd is dat ik gemakkelijker mijn vleugels heb kunnen uitspreiden, niet vastgebakken ben gebleven in een Limburgs dorp waar weinig te beleven was.
Zoals ik nu van meerdere studenten gehoord heb, was het feit dat je op een seminarie gezeten hebt lang iets waar je niet mee te koop liep. Alleen als er expliciet naar gevraagd werd en het "veilig" was, vertelde je dat aan anderen.

Er zijn natuurlijk nog een hoop herinneringen, beelden uit die tijd. Tot slot hier nog een kleine selectie:
In het eerste jaar werd er tijdens het eten voorgelezen uit Don Camillo.
Een keer in de week op zaterdagmorgen renden we naar het openluchtzwembad in Valkenburg om een uurtje te zwemmen. In plaats van douchen.
Douchen gebeurde een keer per week onder het toeziend oog van pater prefect. Je had vijf minuten de tijd. Het douchelokaal was een groot stoombad. Blij dat er later moderne douches kwamen.
Aan tafel moest je je haasten met eten, want dan had je kans op het negende plakje vlees of kaas (met z'n achten aan tafel, met een tafelchef in ons midden). Een half pakje boter om met z'n achten te delen. En altijd weer die gekleurde muisjes.
Zonder jas naar buiten in weer en wind, tijdens de pauzes. Niet te veel samenscholen, in beweging blijven, en niet te veel met de hogere klassen in kontakt.
Als je ziek was, kreeg je standaard een pilletje en moest je jezelf tempen, onder de arm.
De studenten zorgden in toerbeurt voor de bediening van de paters an broeders aan tafel.
's Morgens gewekt worden: eerst een paar voetstappen die de slaapzalen binnenkwamen, waarna het geklap begon.
De vakanties in de Vogezen en de Provence, de bezoeken aan de grotten etc.
Het verzamelen van vanalles, van postzegels tot speldjes, en deze ruilen.
De boeken van Suske en Wiske, Pietje Bell en Arendsoog die van hand tot hand gingen.
Het streng verboden blad "Muziekexpress" dat in Valkenburg na een wandeling stiekem toch gekocht werd.
Stevig "studeren" met het geluid van de transistor (in je bureau) via een draadje door je mouw naar je oor.
Tikkertje doen tijdens het rozenkransbidden door het park.
Appels jatten (met zwaar vegif gespoten, stond erbij) of hosties uit grote zakken bij de boerderij.

Jan Egelmeers

 

Pieter van Velzen

 

 

 

 

SiteLock