Persoonlijke bijdrage van:

Henk Ganzeboom 1969-1971

Net als vele anderen ben ik opgegroeid in het katholieke stramien. Mijn ouders waren blij verrast toen ik op 11-jarige leeftijd aangaf graag pater te willen worden of nog beter missionaris. In overleg met de pastoor in
Borne (Tukkerland) beleefde ik een korte studie-introductie bij de paters Mill Hill in Tilburg. Ik was onmiddellijk genezen van mijn ideeŽn ... het was er streng, onpersoonlijk, koud en vreemd. Gelukkig heb ik dat goed
kunnen communiceren thuis en dus zochten mijn ouders naar een ander seminarie: Ravensbos in Valkenburg.

In augustus 1969 werd ik door mijn ouders, zusje en broertje voor het eerst met de auto gebracht. Het voelde als een groot avontuur en de reis naar Valkenburg had ook een reis naar een ander continent kunnen zijn.
Pater Steenbergen ving mij/ons op en pater Scholten leidde mij al snel naar de studiezaal waar een briefje bij de deur hing met de namen van alle nieuwe studenten en hun respectievelijk plaats/bureautje aangaf. Gelijk was er
hilariteit, want er stond "Ganzenbord, Henk" in plaats van Ganzeboom. Mijn studiebureau stond naast het bureau van Erik Polman (nog steeds mijn meest dierbare vriend). Ik vond het geweldig en de weken verstreken als dagen. De
onderlinge sfeer tussen de jongens was prima en ook de paters waren vriendelijk. Ik werd lid van het Gilde en de harmonie (je mocht er roken!).
Maar de late zomer ging over in de herfst en de winter. De kerstvakantie thuis was een groot warm bad en mijn moeder probeerde mij zoveel mogelijk huiselijke warmte te geven. De vakantie was ten einde en ik zou voor het eerst alleen met de trein en de bus terug naar Ravensbos. De treinreis duurde bijna 5 uren en eindelijk was ik in Sittard. Met de bus het laatste stuk naar Schimmert. Het was al donker en terwijl ik de laatste kilometer, langs de boomgaarden, naar het witte gebouw liep, overviel mij plotseling een enorme angst, een onzeker gevoel .... heimwee!

Met tranen in de ogen ging ik 's avonds naar bed en ik kon mij de daarop volgende weken maar moeilijk concentreren op de studie. Maar gelukkig heelde de tijd het gevoel en samen met Erik Polman raakte ik geÔnteresseerd in
chemie/techniek en het experimenteren met allerlei stoffen. Pater Scholten had dit in de gaten en hij kreeg het voor elkaar dat wij beiden, in een van de torenkamertjes, een eigen laboratorium konden beginnen. Pater lempens gaf
ons dozen met chemicaliŽn, retorten en allerhande attributen. Scholten regelde een oude tafel en zo konden we aan de slag. Tijdens de natuurkundelessen van pater Lempens hadden we gezien hoe je met behulp van
elektrolyse water kon scheiden in waterstof en Zuurstof. Dat was interessant en wij zouden het ook zelf proberen. We kochten in Valkenburg een grote plastik kledingzak die we over het bakje water plaatsen. De zak was heel erg
groot en het duurde wel een volle dag eer hij gevuld was met waterstof .... en zuurstof!!! Op het einde van de dag hing de zak tot aan het plafond en konden we 'm afbinden met een touw. Een kaartje eronder gebonden met "De
groeten van Henk en Erik" en ermee naar buiten. Midden op de cour steeg het gevaarte op en belande in een oogwenk tussen de takken van de beuken. Een korte reis die echter, zonder ons medeweten werd gadegeslagen door een van
de paters. We waren nog maar een week bezig met onze proeven of de eerste (terechte) berisping konden we in onze zak steken. "Het hele gebouw had kunnen ontploffen!"

We lieten ons niet ontmoedigen en experimenteerden als snel verder. En toen naderde de jaarlijkse sportdag, georganiseerd door pater Kok (dacht ik). Hij gaf ons de eerste commerciŽle opdracht: "open de dag met iets
spectaculairs!" Wij hadden gelijk een soort bom in gedachten, een luide knal. Maar het moest
wel veilig zijn, natuurlijk. In valkenburg werden enkele grootverpakkingen met lucifers gekocht en die werden door ons in het lab (zo noemden we ons kamertje) afgeschraapt en verpakt in een plastik doosje. Daar liep een dun
koperdraadje doorheen dat we met behulp van een grote batterij aan het gloeien brachten. Het resultaat was een prachtig knalletje en veel rook, maar te klein voor de opening. Het moest groter en aldus waren we dagen
bezig met het afschrapen van duidenden lucifers. Er was een enorme berg zwavel ontstaan die we in een grote houder stopten. Toen kwam de dag van het gebeuren. Naast het Mariabeeld in de tuin lag onze bom. De koperdraad die er
doorheen liep was met twee draden van ongeveer 10 meter verbonden met een grote schakelaar op een paaltje en die weer met een peloton batterijen. Die ochtend stonden alle paters en studenten (ook van andere scholen in de
omgeving) opgesteld rondom de bom. We hadden een oude Tommyhelm op een kussen liggen en brachten deze naar pater Kok. Hij zette de helm op z'n hoofd en liep naar de schakelaar ... iedereen was doodstil. "Hierbij open ik
de sportdag", zei hij en haalde de schakelaar over. Ook wijzelf wisten niet precies hoe zwaar de bom was en zochten maar wat beschutting achter de rug van pater Kok. Een enorme knal volgde ... een witte rookwolk van tien meter
hoog steeg op ... zandkluitjes daalden neer op de aanwezigen. Applaus volgde. Het was gelukt!
Zondagavond kwam "Van kwart tot kwart" er nog op terug door het geluid van een doortrekkende wc te laten horen.

Natuurlijk zij er ook vele minder plezierige herinneringen ( zoals de dood van Siem Smit) maar ik wil toch de positieve benadrukken omdat ik nog altijd zo op terugkijk.
In de verhalen van andere studenten (en dan vooral in de lichtingen van voor 1969) lees ik ook de negatieve ervaringen en dat verwondert mij.Waarschijnlijk is '69 het scheidingsjaar geweest tussen de oude en de nieuwe
wereld. Ik heb ervaren dat wij gemotiveerd werden om ook de andere kant van het leven te ervaren. Een keurslijf het ik niet gevoeld ... normale vriendschappen tussen de jongens werden niet verboden of afgewezen en nieuwe
initiatieven werden gewaardeerd. In de vrijetijdsruimten draaiden we de muziek van Dylan en Led Zeppelin. In het tweede jaar ben ik een stripbibliotheek begonnen waarvoor ook de paters een bijdrage hebben gegeven
en er werd een boekenkast beschikbaar gesteld. Pater Scholten is naar mijn mening de initiator geweest voor deze vernieuwingen maar misschien was het ook wel de tijdsgeest.

Heimwee naar thuis (het warme nest) , naar Borne heeft me tenslotte gebroken
en in 1971 ben ik er weggegaan. Uit de resten heb ik heb ik mijn verdere
leven gebouwd en de jaren in zuid-Limburg koester ik met heel mijn hart.

Na enkele jaren op personeels zaken bij PTT telecom gewerkt te hebben ben ik nu geworden wat ik wilde: fotograaf en schrijver. Telkens merk ik dat er in mijn werk flarden uit die tijd op Ravensbos insluipen. Alsof het verleden
zich ook in het heden wil manifesteren. Mijn eerste roman "Lapis" gaat over een priester die leraar is aan het seminarie Ravensbos en een zoektocht maakt naar het raadsel van goed en kwaad. Hij stuit op een wereldwijd
politiek complot en ervaart een verboden liefde. Verschillende passages in de roman (fictie en non-fictie) spelen zich af op "ons" seminarie. Wel heb ik namen verdraaid maar dat moge duidelijk zijn.

Op dit moment werk ik aan een nieuwe roman, nu over de gevolgen van een dictatuur van liefde. Ongetwijfeld put ik opnieuw uit de herinneringen aan Ravensbos.

Ook in mijn vrije fotografische werk komt het thema geloof en mystiek telkens weer terug.

Ik groet iedereen en hoop jullie nog eens te ontmoeten.

Henk Ganzeboom

 

 


Pieter van Velzen

 

 

 

SiteLock