Persoonlijke bijdrage van:

Gerrit Damhuis
 
1957-1965

Ten behoeve van de reünie op 13 mei 2010 Hemelvaartsdag!!

 

Van Gerrit Damhuis

Zat van 1957 tot 1965 op Ravensbos

Woont nu 36 jaar in Oirschot

Getrouwd met Gerry Toenders (we vierden vorig jaar ons 40-jarig huwelijk)

Heeft zoon en dochter en twee kleinkinderen

Is partner/adviseur bij DamhuisElshoutVerschure in ’s-Hertogenbosch

 

In februari 2003 was ik mijn spullen aan het opruimen toen ik een brochure tegen kwam van De Oblaten van Maria. Ik kwam op het idee om deze term bij Google in te voeren en zie daar : een rijk aan adressen waaronder Ravensbos.

Ik heb geruime tijd zitten kijken en lezen. Verrast dat je foto's ziet van jezelf die je nog nooit gezien had. Het smaakte naar meer en ik stuurde mijn foto’s op en een mailtje dat ik nog verder van me zou laten horen. Dat laatste kwam er niet van. Dus nu maar onderstaande tekst ingestuurd die ik reeds in 2003 schreef.

 

Hoe ik de afgelopen jaren erover sprak.

 

In veel gesprekken is het natuurlijk aan de orde gekomen dat ik op het seminarie heb gezeten en meestal kijken de mensen je dan een beetje met mededogen aan : "God , wat sneu dat dat jou is overkomen !"

Mijn reactie was altijd : "helemaal niet" . "Ik heb op een prima open seminarie gezeten en ik had nooit die opleiding kunnen volgen als ik thuis gebleven was."

Ik vertel dan enthousiast dat het een "open "seminarie was waar letterlijk de heggen erom heen waren weggehaald , het heel rijk was aan talloze activiteiten van sport tot toneel, dat we er vaak werkten op een boerderij , dat je er veel spannende verhalen hoorde van missionarissen die langs kwamen, dat we met het toneel en carnaval ook elders optraden, dat ik naar Bernadinus in Heerlen ging voor de laatste twee jaar , etcetera. Kortom een loflied. Zo voelde ik het ook en nog steeds.

Wat ik niet leuk vond was dat je geen vriend mocht hebben. Ze lieten je dat meteen merken. Zo van anders wordt je homofiel, hoewel ik in het begin niet wist wat dat was . Evenzeer als toen je voorlichting kreeg, je niet bezig was met sex en zo. Dat kwam pas later.

Ja en dan de regels en het strakke ritme van de dag. Dat had twee kanten. Ik dacht voor me zelf dat het wel goed was geweest om  tot studie resultaten te komen en je leerde er ook mee omgaan. Het is voor een deel ook een spel.

Ik had daarbij een hele goede band met pater Kusters, de overste, die ik als een soort vader ervaarde en die me altijd positief benaderde om het beste uit me te halen. Ook Pater Palm was zo'n figuur waar ik het goed mee kon vinden.

Toen de meisjes interessant werden, wilde ik ook dat verkennen en deed dat- na enige aarzeling dan ook. Mijn moeder zei daarbij : "jongen,  als je pater wil worden prima, maar je moet het niet om mij doen. Dus als je met meisjes om wil gaan om te ontdekken wat dat betekent, dan moet je het doen". Dat gaf me altijd een goed gevoel van kunnen kiezen.

De doorslag om niet meer pater te worden, kwam met het vertrek van pater Kusters en de komst van pater Hendriks. Dat vond ik een nare dogmatische man die de weg blokkeerde die sinds het Vaticaanse Concillie met paus Johannus de 22e was gevolgd. Je zou nu zeggen: het werd Gijzen direct na bisschop Bekkers. Je mocht tegen die man niet eerlijk zeggen wat je ervan dacht. Iets dat juist in de jaren daarvoor tijdens de "geestelijke lezingen" zo nadrukkelijk je was voorgehouden. Ik heb toen aan het begin van de laatste twee jaar besloten om niet door te gaan maar wel de HBS af te maken. Een kerk die de regels benadrukt en niet de missie, daar voelde ik me niet thuis. En dat is later overigens alleen maar sterker geworden. Terug naar Leeuwarden was toen gezien de situatie thuis geen optie. Dus blijven en elke dag op de fiets naar Heerlen. Op de HBS ontmoette ik aardige mensen , zoals Peer Willekes, René Haijen en Budje Magermans. Ik kwam ook veel thuis bij Peer Willekes waar ik me enorm thuis voelde. Ik had toen al afscheid genomen en toen ik mijn papiertje had in 1965, was het ook over met Ravensbos.

 

Jaren later heb ik me altijd wat schuldig gevoeld dat ik verder niets van mij liet horen. Een aantal keren ben ik nog wel eens langs Ravensbos gereden en vorig jaar heb ik de wegjes die ik veel fietste en liep naar Valkenburg nog eens langs gereden. Een fries die weer friese hengsten zag.

Gevoel van een leuke, voor mij waardevolle tijd zijn dan aan de orde.

 

Ik ben van plan om de acht jaren op Ravensbos nog eens uit te schrijven. Hier het eerste begin.

 

Het begin : september 1957

 

Ik was elf jaar toen mijn oudste en enige broer Bertus ( toen 21 jaar) mij met de trein van Leeuwarden naar Sittard bracht en vandaar met de bus via Schimmert naar de halte voor aan de weg. Tom Graat en zijn moeder ( uit Rrrrrotterdam)  zaten ook in die bus en we liepen met ons vieren naar dat grote gebouw in de verte.

Het was warm en ik zie nog dat het wat stofte  op de weg met bruine klei en kiezels.

 

Maanden aan voorbereiding waren daar aan vooraf gegaan. Alle spulletjes in gekocht en mijn moeder en mijn zussen hadden nummertje 17 in al mijn hemden, onderbroeken , lakens  genaaid..

Ik kwam nog een brief van mijn moeder tegen aan een van mijn oudere zussen die wel illustratief is :

(4 september 1957 brief van mijn moeder aan veronie.)

"Onze Gerrit is vanmorgen met Berthus naar Valkenburg gegaan. Berthus komt vanavond weer thuis. Ja er is heel wat geld voor uit gegeven buiten 't linnengoed wel 75 gulden en dan 't reisgeld nog. Hij heeft alleen zijn overal bij Werkman gekocht . 9,25 en naar het consultatie bureau 3,50 voor doorlichten dan toilet en schoolartikelen  dat was f 25,- reparatie schenen met crème f 10 en ga zo maar door. Hij heeft jou tas mee , Veronie"

 

Waarom naar Valkenburg ?

 

Dat ik helemaal van Leeuwarden naar Valkenburg ging kwam als volgt. Mijn vader en moeder waren goed katholiek en hadden zeven dochters en twee zonen. Ik hoorde bij "de drie kleintjes" die na de oorlog werden geboren. Mijn vader was heel blij met mijn komst : toch een zoon na al die meiden en ik heb nog vaak van mijn zussen de wat pesterige ( ik zei dan jaloersige)  opmerkingen moeten horen dat mijn geboorte met een dure advertentie in de volkskrant werd aangekondigd. Ik was een zondagskind : geboren op drie koningen 1946.

 

Wij waren een katholieke familie in een gereformeerde/hervormde enclave in Leeuwarden. We hadden in Leeuwarden een katholieke bakker, katholieke slager, katholieke groenteboer en ik zat natuurlijk op een katholieke school ( de Sint Bonifatius -school) aan de Voorstreek.

Bij ons in de straat ( de Auke Stellingwerfstraat) was een openbare school waar je steeds langs kwam. Als je 's-morgens naar kerk ging ( ik was misdienaar) werd je nogal eens uitgescholden voor "roomse paap". Daar wordt je dus fanatiek van. Als ik in de vakanties bij familie in Eindhoven en Eersel kwam, was ik verrast van het relativerende bij hen. Achteraf had ik dus wel een tik van het gereformeerde gekregen.

Mijn vader werkte bij de gemeente als magazijnmeester, was timmerman geweest, zat in de vakbond Katholieke Arbeiders Beweging  Overheid. Omdat een broer van mijn moeder in Leeuwarden een strijdbare vakbondsman was , ging het nogal eens over dat soort zaken. Het feit dat mijn vader ooit de kerk was uitgelopen toen door de bisschoppen werd verkondigd dat een katholiek niet lid mocht zijn van de PvdA ( ik denk toen SDAP ?) , gaf mij een trots gevoel. Ik bewonderde hem zeer. Elke dag stond ik tussen de middag op hem te wachten op de hoek van de Groninger straatweg en de Bleek-laan en kon dan al mijn verhalen kwijt.

 

Maar goed, ik zat dus op de Bonifatius- school vlak naast de kerk. Op school deed ik het aardig en herinner me dat ik extra klusjes mocht doen van Juffrouw Poederdoos ( haar echte naam weet ik niet meer) en ook bij “master’ de Haan ( die moest je met de Friese titel aanspreken)  kreeg je weekopdrachten en was ik vaak op dinsdag al klaar. Ik kon redelijk leren , hoewel ik al vroeg door mijn zussen ( die in het onderwijs zaten) blijkbaar al vroeg was getraind in rekenen enzo.

Voor dat de school begon moest ik vaak misdienaar zijn , soms in de kerk en soms in het St. Josef bejaardenhuis dat er langs lag. Pastoor  Dierkens praatte op mij in of ik niet priester wilde worden. Hij regelde voor mij en een paar andere jongens een bezoek aan het seminarie in Apeldoorn ( dat is de pendant van Rolduc : de wereldheren).

In diezelfde periode bezocht mijn zus Thea , die inmiddels in IJmuiden vree en daar later ging wonen, een tentoonstelling van de paters Oblaten van Maria. Het ging met name over de eskimo's. Ze liet daar vallen dat ze een broertje had die ook priester wilde worden en niet lang daarna stond pater Lemmens bij ons in Leeuwarden op de stoep.

Mij spraken de verhalen enorm aan en ik vond het veel leuker om naar een missie te gaan en pater te worden dan bij die wat stijve en bekakte wereldheren. Ik vond dat vooruitzicht wel mooi en natuurlijk wilde ik mensen op  tijd dopen . Stel je voor dat ze zonder doopsel zouden sterven en zo in de hel kwamen !.

Dus het werd de paters , ook al probeerde pastoor Dierkens mij en mijn moeder te overtuigen om toch naar Apeldoorn te gaan. Wat bij de keuze zeker meespeelde was dat in die periode mijn vader net was overleden ( februari 1957) en mijn moeder ook nog drie jonge kinderen had en er bepaald niet breed bij zat. Zeg maar gewoon elk dubbeltje drie keer om moest draaien.

Ik was een goede leerling en zo werd geregeld dat ik de zesde klas niet meer hoefde te doen en meteen naar het voorbereidende jaar op Ravensbos kon gaan.

 

De eerste maanden.

 

Toen ik aangekomen was op Ravenbos heb ik niet lang daarna een brief aan een van mijn zussen geschreven ( onze veronie) die goed het strakke ritme van het seminarie aangeeft.

Ik typ deze brief uit september 1957 ( ik was elf jaar) over met spellingsfouten en al.

 

"Lieve Vroon,

 

hier de eerste brief van mij ja je hebt het geraden hoor

ik zat op post te wachten.nou en je zult wel benieuwd wezen

hoe het hier is en uitziet nou en ik zal je het ook schrijven

reglement is zo : kwart over 6 opstaan. kwart voor 7 : H.Mis. Half acht:

ontbijt. kwart voor 8 : bedopmaken en Recrajacie. 8.15. Studie  9 uur 1 les.

9.50 tweede les. 10.40 Recrajacie.11 u. 4de les. 11.50 5de lis. 12.40. handwerk dat is je opgegeven werk bijv. Gang vegen. Trap dwijlen w.c. schoonmaken enz.

1 u.eten. 2 u.Recrajacie. 2.30 Rozenhoedje. 2.45 5e les: 3.35.6e les:4.25 breng

je de boeken terug naar de studie. 4.30 boterham die wij krijgen en bui-

ten in de hand opeten. 5 u studie je werk maken die je die dag op heb

gekregen. 21/2 u studie ja het is een lange tijd maar, het vliegt zo om. 7.30 avondeten. 8.20 schoenen poetsen.8.30 Vrije Studie dan mag je je werk als je het nog niet af heb af maken. 9u naar bed. ja het is een heel rege-

lement. Ja we krijgen al heel wat vakken en het Latijn is nog wel

de moeilijkste ik ken het al wat maar toch heb ik liever wat anders

maar we hebben volop recrajacie dat ja , dan ben je vrij dan

ken je doen wat je wil. Nou en je schreef mij dat wij hier ook de

A.Griep hadden nou volop. we hebben al 4 dagen vrij gehad. ja

de laatste twee dagen hebben we aardappelen rapen gehad.

er zijn 75 van de 108 ziek geweest en nou is het weer wat gezakt

ik heb van dinsdag tot zaterdag in bed gelegen nou ik had

er genoeg van. Hier is een hele boerderij er zijn 400 kippen

 en 98 varken en 36 koeien, ik kom net van de Boerderij

want ik ben bij het melken geweest en toen ben met de

tractor naar het aardappelen veld geweest en heb wat met

de tractor gereden nu hebben we vrije stdie 6 – 7 u dus kort en

schrijf ik jou meteen maar een brief maar ik schei uit

wat het is bijna 7 u nu dag vroon een dikke tuut van

Mij

 

 

Tot zover dit eerste begin. Er zal nog het nodige volgen

 

 

Gerrit Damhuis

 


 Charles Eyck