Persoonlijke bijdrage van:

JAN DE BOER Ravensbos sept 1964-juli l968

Na het lezen van de bijdragen, het toch wel nostalgisch gevoel dat de foto's bij mij opriepen, kon ik het niet laten om achter miin pc te kruipen om zodoende met deze pennenvruchten ook een bijdrage aan de Ravensbossite te leveren.

Ontegenzeggelijk schetste Wim Tijbosch in het eerste deel van zijn bijdrage al met redelijk veel gegevens het sfeertje waarin ook ik als jongetje van 12 terecht kwam. Ik had hetzelfde geschreven kunnen hebben. Net als zoveel anderen gaf ik toen het gevolg aan een voor dat moment toch wel avontuurlijke 'uitdaging' om, ver weg van de geborgenheid van je ouderlijk huis, je eigen toekomst te verkennen. Of er daadwerkelijk sprake was van roeping, ik denk dat we daar als kind van twaalf het diepgaande besef niet voor hadden. Was het misschien voor miin ouders een kleine verlichting om met zeven kinderen bij ons thuis een mond en enige zorgen minder te hebben? Nee, het waren andere krachten die ons dreven om naar het seminarie te gaan. Omdat ik met het Volendams Jongenskoor al eens eerder op Ravensbos in de zomer een vakantieweek had doorgebracht, was het gebouw niet onbekend voor ons. In het voorportaal van een zich versneld ontwikkelend land (denk aan de opkomst van de beat-scene, economie, politiek, onderwijs, etc) was het, achteraf gezien, helemaal niet verkeerd dat stukje van miin puberale jeugd in een zeer beperkte maar toch wel geregelde 'organisatie' als die van Ravensbos toentertijd te hebben doorgebracht. Die orde en regelmaat, de gematigdheid en karigheid van het bestaan aldaar, heb ik niet zozeer ervaren als een harde leerschool maar wel als een degelijke ondergrond voor het leren, werken, denken en leven dat daarna nog moest komen. Je was tevreden met weinig of wel het hoogst nodige.

Samen met Bruin Bont en Onno (nu Sam) van Rijn stortten we ons in september 1964 in het rijke Roomse leven. Elke ochtend met een nuchtere maag naar de mis, broodeten met die eeuwige bakjes hagelslag, jam of stroop, dan de ochtendstudie, de ochtend- en middaglessen, je honger van dat moment stillen met een boterham uit die houten bak met voorgesneden boterhammen, weer studie, avondeten en studie en dan naar bed. De eerste en tweede bel, ja, dat was de sleur van alledag, maar er waren zoveel andere, ook wel leuke dingen die het 'kloosterleven' enige kleur gaven en bij mii nog in miin geheugen ziin gegrift. Op woensdagmiddag gingen we vaak wandelen onder begeleiding van een pater. Naar het Bos van de Graaf langs de stoffige Holle Weg of gewoon langs de Stoepert naar beneden naar Valkenburg. Soms ook moest ik in het gebouw een plekje zoeken om miin muziekstukken klarinet voor de Harmonie te gaan repeteren. Ook al waren we maar studentjes, we speelden o.l.v. meneer Jansen wel in de hoogste klasse van Limburg. Op zondagmorgen schreef ik steevast een brief naar huis met daarin de belevenissen van de afgelopen week mijn ouders hebben de brieven nog liggen. In de zomermaanden voetballen tegen andere klassen. Op zondagmiddag had je dan ook nog de verkennerij, St Gullielmus, met Souren en Kok, waar ik de kunsten van touwknopen en bruggen bouwen, geleerd in mijn geboortedorp, kon voortzetten. Stiekem groeven we tunnels bij het kerkhofje, ons niet bewust wat de gevaren wel konden ziin. Daarnaast had je ook het Gilde met Lempens die allerlei avontuurlijke uitstapjes regelde. Ik ging later op Kameleon, om twee keer in een toneelstuk te verschiinen en daarna de decorbonw van Thij Willems over te nemen. De emmers met stijfsel die ik daar heb weggeplakt! Bij Thij denk ik meteen ook nog aan de hele families die op Ravensbos zaten: de drie gebroeders Willems, Hofs, Duijf, miin dorpsgenoten Bruin, Jaap en later Evert Bont' die twee van Broekman, Wilderbeek, Lermmens van Valen, Steeghs, Jansink.
Vooral het jaarlijkse Carnavalsfeest was toch wel iets aparts. Het winnen van de zangwedstijd
met het liedje "Jij en ik in een bootje", samen met Siem Smit en Willy Meekels, is na al die jaren nog steeds een gedenkwaardige 'mijlpaal', (en de oorzaak dat ik nadien nog redelijk zingend in het Volendams Operakoor en ons Kerkkoor miin muzikale weg heb vervolgd en het gezegde "die heeft wierook in zijn broek gehad" misschien wel werd bevestigd). We werden 14, 15 en 16 jaar, gingen stiekem roken want dan hoorde je erbij. 's Morgens vroeg na het broodeten in een run naar de wc's om daar in het geniep een shaggie te paffen. Hub Boers, de Castelijntjes, Ferry Koniinenberg, Peter Ellenbroek en al die anderen die het ook niet konden laten. Als pater prefect dan al die jongens vraagt: Heb jij gerookt ??, volgt steeds een beduusd nee. Misschien om een discussie op gang te zetten zeg ik dan maar: Ja pater. Ik mag demonstratief mijn vers gekocht pakkie shag gaan halen. Hij wist niet dat ik nog een half uitgedroogd pakkie had liggen. De wereld veranderde snel, vanafmedio 1966 denk ik, kwamen er geleidelijk aan veranderingen in het sociale leven, Steenbergen werd overste, Kok prefect, we mochten wat meer tv kijken, we konden de krant lezen, ja, er kwamen zelfs meiden van buiten op ons Carnavalsfeest. We gingen wel eens een biertje drinken, zochten wel eens heimelijk De Bron op, kortom: we ontgroeiden de beslotenheid, zochten uitwegen uit een zekere isolatie en richtten onze blikken meer naar buiten. Deze ontwikkelingen waren geleidelijk aan de voorbode van het einde van veler en ook miin verblijf op Ravensbos. Van de circa 60 jongens die in 1964 in de eerste klas a en b zaten, waren er in 1968 nog maar 16 over: Cees Boots, Wim Jansink, Peter Scheek, Pieter Koch, Henk Wijnen, Henk Mestrom, Willy Hoenjet, Hans Hofstede, John Verhulst, Peter Vervoort, Herman Vreeburg, Jef van Gennip, Jos Wilderbeek, Bennie Jurgens, Frans Duijf en ondergetekende over.

Begin 1968 was het besef dus duidelijk dat er wel wat anders was dan Ravensbos en het vooruitzicht straks na het overgangsexamen elke dag door regen en wind op de fiets naar het Bernardinuscollege in Heerlen te moeten fietsen ! Ik zie de oudere jongens in de hertst- en wintermaanden nog dagelijks verzopen terugkomen. In juli 1968 verliet ik met die andere Volendammers Sam van Rijn, Ton Klouwer, Jaap Bont en Kees Schilder daarom Ravensbos. Bruin Bont was een die-hard en bleef er tot ik meen het sluiten van Ravensbos (1974 ?) hangen. Miin jongere broer Jos loste mij af om het na een jaar al voor gezien te houden. Samen met Kees Schilder kon ik me temauwernood nog inschrijven voor onze vervolgopleiding op de Havo Magister Vocat in Amsterdam. Met de nodige moeite hebben we het Havodiploma toch nog gehaald. Kees is ziin andere roeping als onderwijzer gevolgd en geworden, ik zocht na een paar jaar administratie bij een Groothandel in 1975 mijn zekerheid bij de Rijkspostspaarbank (nu Postbank) waar ik na meerdere afdelingen nu in de effectenbusiness werkzaam ben. Meer vertel ik niet, die stof moeten we maar bewaren voor op een reunie.

Ik hoop hiermee een steentje te hebben bijgedragen aan de site en herinneringen aan een lang vervlogen periode in ieders leven te hebben losgemaakt. Positief of negatief, ieder mag ermee doen wat ie zelf wil. Voor jou lezer positief, anders was je nu niet tot hier gekomen. Verder hoop ik van harte bij een reunie o.i.d. heel wat oude bekenden te mogen ontmoeten en dat te delen wat we gemeenschappelijk hebben ervaren.

Jan de Boer

 

Email: jmm.deboer@quicknet.nl

 Charles Eyck

 

 

SiteLock