Persoonlijke bijdrage van:

 

 Gijs Okhuijsen O.M.I
 
 
 

VAN ONBESPROKEN GEDRAG

 

Door ziekte aan huis gebonden had ik alle tijd om alle berichtgeving over onze RK kerk intens te volgen. Ik voelde een diepe gêne over wat in de kerk gebeurde en nog gebeurt.

Je droomt weg over je eigen seminarietijd. In alle oprechtheid kan ik zeggen dat ik daar niets heb gemerkt van seksueel misbruik, wat nu in de publiciteit naar boven komt. Ik heb er een mooie tijd gehad.

Met Hemelvaart is er dit jaar een reünie van oud-studenten van het vroegere klein-seminarie Ravensbos in Valkenburg (L.). Rond de zeventig oud-studenten hebben zich gemeld om hun herinneringen uit die tijd op te halen. In de aanloop worden herinneringen naar elkaar gestuurd. Een drietal reacties reageren op de recente publiciteit rond sexueel misbruik in internaten en zeggen : “Àls het al zou gebeurd zijn – wij hebben er niets van gemerkt”.

Àls . . . misschien dat er best iets gebeurd kan zijn . . . maar dan is het ‘onbesproken’ gebleven.

 

ONBESPROKEN GEDRAG

 

Daar droomde ik dezer dagen veel over weg.

De term wordt meestal gebruikt voor onberispelijk gedrag ‘waar nooit iets op aan ge- merkt is’. Maar het is óók gedrag ‘waarover niet gesproken is’.

Wat wij van elkaar zien, is gedrag. Wij ‘gedragen’ ons. Het is onze buitenkant, dat wat wij doen. Maar onder die buitenkant zit, een laag dieper, de binnenkant. Daar leven wij echt . Daar gaat het om  gevoelens : blijdschap in momenten die ons gelukkig maken, onrust en spijt als we mensen pijn hebben gedaan. Misschien zaken waar we niet zo trots op zijn. “het hart kent zijn gevoelens die het verstand niet kent”

Niet alleen ons gedrag maar ook deze diepere laag vraagt volgens mij om bespreekbaarheid. Hoe ga je om met (soms verwarrende) gevoelens? Wat doe je ermee?

Dat kun je alleen met iemand bespreken die je echt vertrouwt, met wie je kunt delen wat er in je omgaat. Je moet weten dat je bij die ander veilig bent en dat hij of zij je ook tegenspel geeft !

Over die diepere laag te kunnen spreken, is een grote weldaad. Ik zou het zelfs genade willen noemen.

 

In mijn eigen leven heb ik dat mogen ervaren tijdens mijn sabbatjaar in 1981 in Canada. Met zestien mensen uit vier landen waren we een jaar samen rond een programma dat gericht was op spiritualiteit. Wij zochten allen een nieuwe impuls voor ons geestelijk leven. Het overkwam mij tijdens dat jaar dat ik verliefd werd op een medestudente. Verwarring!  Daar was ik immers niet voor gekomen!

 

BESPREEKBAAR MAKEN

 

Gelukkig kon ik mijn gevoelens delen met mijn geestelijk leidsman in wie ik veel vertrouwen had en met wie ik iedere week alles kon delen wat er in de ’diepere laag‘ aan de orde was . Door zijn open en wijze reactie leerde ik zien wat me overkwam. Het werd bespreekbaar zonder restricties mijnerzijds. Ik leerde nog beter met mijn gevoelens om te gaan en ook opnieuw te kiezen. Beiden kozen wij opnieuw voor ons religieuze leven.

Dat resulteerde in een kostbare vriendschap en heeft zeker bijgedragen tot een meer  volwassen omgaan met diep menselijke gevoelens als intimiteit en seksualiteit. In dat verband zijn mij de woorden van de priester-socioloog Greeley bijgebleven die stelde dat: “mensen respect hebben voor priesters die óók een goede echtgenoot of vader zouden kunnen zijn maar die ervoor kiezen om toch als pastor in lief en leed met mensen mee te leven en hun eigen geloven te delen”. Misschien had veel ellende voorkomen kunnen worden of bijgestuurd als er een klimaat was geweest waar in mensen wel bespreekbaar hadden gemaakt wat er in hen omging.

 

Wat een geluk dat ik, wat mij overkwam, kon delen met mijn geestelijk leidsman en een aantal goede vrienden. Dat is een zegen geweest. Want niets  menselijks is ook pastores vreemd. Bij alles wat ik in deze weken  lees en bemediteer, komt sterk naar boven dat men in opleidingen en begeleiding tot religieus leven en celibaat  schromelijk tekort geschoten is juist in het delen van diepere gevoelens – in dat wat echt in mensen omgaat.

 

Het besef van de noodzaak hiervan wàs er wel. Toen ik nog maar net gewijd was in 1964, kwam er een notitie uit van de Franciscanen : ’ook religieuzen moesten zorgen voor een klimaat waarin ruimte is voor affectiviteit, emotionaliteit en een zekere intimiteit willen zij als celibatair kunnen leven op een gezonde manier ‘

 

Ik ben dankbaar voor alle goede vrienden die er op hun manier voor mij waren en nog zijn: voor collega’s van buiten en nadrukkelijk ook binnen de regio waarin wij werken.

 

Maar hoe belangrijk is het niet voor iedere mens om te zoeken naar mensen bij wie je je veilig weet en met wie je kunt bespreken wat er echt in je omgaat, die ook met respect naar je luisteren en bij wie het veilig is. De geloofsgemeenschap is op deze wijze nog steeds een plek van gewetensvorming. Daar heb je anderen  bij nodig en liefst ook mensen met wie je je eigen geloof deelt en die je helpen om uiteindelijk ‘recht voor God te staan’.

 

Als ‘onbesproken’ gedrag op die manier besproken is dat een groot goed.

En daarmee is het ook een voorwaarde voor wat wij doorgaans onbesproken  onberispelijk gedrag noemen. Want dan kunnen we elkaar erop aanspreken en samen wijzer worden.

 

Tenslotte blijft er toch voor ieder van ons  een laatste moment van eenzaamheid waar ieder alleen voor God staat. Alleen ‘Hij weet alles’ en ik reken er op dat hij vol begrip en liefde naar ons kijkt.

 

Pastor  Gijs Okhuijsen

 

           

 

 

 

SiteLock