Persoonlijke bijdrage van:

Johan Schepers. Tussen 1962 en 1966 op Ravensbos.

De gevolgen van het verblijf in Ravensbos op mijn leven.

Het begin.
Als jongentje van 11 jaar stapte ik begin september 1962 in Hengelo (Ov) op de bus naar het voor mij volledig onbekende en zeer verre Valkenburg (ZL).
Thuis, ergens op het platteland in Twente, had ik al afscheid genomen mijn ouders, broer en zussen voor enige maanden. Ik ging samen met Theo Kemma naar Hengelo. Hoe weet ik niet meer, waarschijnlijk dus met de auto van de ouders van Theo.
Theo woonde aan het andere kant van het dorp en hun boerderij kende ik niet eens. Ik wist wel, dat hij vlak bij het huis van een oom van mij woonde.
Na Hengelo was alles nieuw voor mij.
Anno 21e eeuw misschien onbegrijpelijk, maar toentertijd normaal in mijn omgeving. De "stad " (Almelo in ons geval) was voor veel van mijn leeftijdsgenoten in het dorp vaak de enigste "vreemde" plaats die men enigszins kende. Ik had het geluk, dat ik familie in Hengelo had wonen en dus wel eens "ergens anders" kwam.
In deze situatie vertrok ik dus naar het verre Zuid-Limburg om priester te worden.
Eenmaal op Ravensbos aangekomen werden we snel wegwijs gemaakt.
Natuurlijk zullen de huisregels, naar huidige maatstaven, streng zijn geweest. Ik heb toen dat niet zo ervaren, dat deze regels strenger waren dan elders in de maatschappij. Natuurlijk heb ik me ertegen verzet, mijn gedrag was dan ook volgens Pater Steenbergen altijd onvoldoende.
Ik ben in de voorbereidende klas begonnen, vooral op aandringen van mijn ouders: ik was een "jonge" leerling.
Over de studie kan ik later alleen maar zeggen, dat door het ontbreken van echte begeleiding er in mij meer had gezeten, dan het behaalde resultaat.
Dit is nadrukkelijk geen verwijt aan de Oblaten, maar een constatering dat wanneer er meer en duidelijke studielessen en actieve begeleiding was geweest, het beter was gegaan. Maar dat was toentertijd in het onderwijs niet gebruikelijk en de Oblaten hadden wel goede wil en kennis, maar misten mogelijk wel de benodigde pedagogische kennis. In ieder geval waren het zeker geen voorlopers op het gebied van pedagogiek.

Achteraf gezien
Natuurlijk had ik in de beginperiode heimwee, maar wie niet?
Toch herinner ik me de periode in Ravensbos zeker niet als een onaangename periode.
In mijn gedachten werd de vrije tijd vooral opgevuld met voetbal, volleybal, de recreatiezaal (per jaargroep) met schaken, stratego en kaarten, wandelen, het Gilde en lezen. Daarnaast was er natuurlijk het Carnaval, het zwemmen in het gemeentebad van Valkenburg. Ook staat me iets bij van concerten, toneelavonden, voordrachtavonden en dergelijke.
Achteraf gezien, ben ik af en toe erg eenzaam geweest. Je had geen echte vrienden. Wel kwam ik regelmatig op zondag bij een klasgenoot thuis, wiens ouders in Valkenburg woonden. Ik dacht dat zijn achternaam Lemmens was. Hun woonhuis stond schuin aan de overkant van een hotel.
Er is een heel boekwerk te schrijven over mijn periode in Ravensbos, alleen komen nu na al die jaren slechts, vaak onsamenhangende, flarden boven water.
Jammer, want deze periode is achteraf van beslissende invloed geweest op mijn verdere leven.

Beroep
Toen ik in 1966 terug kwam in de "burgermaatschappij" was de vraag: wat moet er verder gebeuren. Ik werd dus getest op mijn capaciteiten. Volgens de tester was ik alleen geschikt om grondwerker te worden en was het bezoeken van welke school dan ook zinloos. Mijn ouders waren het hier niet mee eens en er werd dus een nieuwe toets afgenomen. Tot verbazing van mijn ouders en mezelf was het resultaat hetzelfde.
Ik heb dit resultaat lang niet begrepen, totdat ik jaren later de situatie analyseerde. In die periode stotterde ik zeer erg en tevens was mijn handschrift nagenoeg onleesbaar.
Doordat ik zowel slecht sprak als schreef, heeft men voor mij waarschijnlijk geen hoop gehad, dat ik een schoolopleiding tot een goed einde zou kunnen brengen.
Ik ben toe maar als leerling-carrosseriebouwer gaan werken en naar de avond-LTS gegaan. Ik mocht zowaar, na een moeilijk gesprek met de directeur, in de 2e klas beginnen.
Toen ik me een paar jaar later op de avond-MTS melde, mocht ik op basis van studieresultaten op Ravensbos (na een toelatingstoets in Engels en wiskunde) hier ook in de 2e klas beginnen. Mensen met dezelfde technische vooropleiding moesten in de 1e klas beginnen!
Tijdens sollicitaties moest ik altijd mijn schoolloopbaan uitleggen. Echter niet bij het bedrijf, waar ik nu zo'n 26 jaar werk: de personeelsmedewerker was ook priesterstudent geweest en had soortgelijke ervaringen gehad. (Incl. de test!)
Wat mijn beroepsopleiding betreft, is een en ander uiteindelijk goed afgelopen, zij dat ik jarenlang 3 avonden per week naar school ging en in de weekeinden moest studeren. Ook volgde ik jarenlang allerlei andere opleidingen en doe dat nog steeds.

Persoonlijk
Op het persoonlijke vlak was het veel moeilijker mijn draai te vinden in de maatschappij.
Toen ik in het dorp terugkwam bleek, dat er zich allerlei vriendengroepen hadden gevormd, die niet op mij zaten te wachten. Het duurde enige jaren eerdat ik mijn eigen plaats had gevonden. Ik was zo'n 20 jaar toen ik weer een beetje ingeburgerd was. Pas toen bleek, dat ik een groot aantal sociale vaardigheden nog moest leren. Vooral op het gebied van kennis over allerlei ongeschreven regels rondom persoonlijke contacten en relatievorming had ik een behoorlijke achterstand opgelopen. Dit zijn zaken die men als puber vaak automatisch meekrijgt, maar die ik door de periode in Ravensbos gemist heb. Natuurlijk heeft mijn eigen karakter ook invloed gehad op deze achterstand.
Echter nog steeds ervaar ik, dat ik een belangrijke periode in mijn leven feitelijk heb gemist. Mijn kinderen zijn nu deze leeftijdsperiode ruim gepasseerd en ik zie nu wat ik toentertijd heb gemist.

Geloof en Kerk
Ook is de periode van invloed geweest op mijn geloof en de consequenties daaruit op mijn maatschappijvisie. In tegenstelling tot sommige andere ex-priesterstudenten, roept deze periode zeker geen negatieve gevoelens ten opzichte van het geloof en de kerk op.
Wel vind ik, dat de kerk allerlei kansen laat liggen. Ik heb zelfs de indruk, dat ze de verworven goodwill aan het verkwanselen is.
Volgens mijn visie moet men zich veel meer storten op het geloven en de gevolgen daarvan op je houding in de maatschappij, dan op de kerkelijke organisatie. Niet door het voorschrijven van hoe je zou moeten leven, maar door het aandragen van punten die van belang kunnen zijn bij het vormen van je visie.
Veel mensen in mijn omgeving geloven nog echt, maar hebben geen hoge pet op van de kerk als organisatie: ze leeft in het verleden en geeft vaak geen antwoord op vragen van nu.
Als ik nu naar de kerk ga, hoor ik zelden iets wat mijn kinderen echt zal aanspreken. Ik vind dit jammer, want ik ben ervan overtuigd, dat de essentie van het geloof en de bijbehorende spiritualiteit ook in deze tijd van grote waarde is. Alleen weten de christelijke kerken deze boodschap niet meer over te brengen bij veel mensen. Ze zijn mijn inziens teveel vastgeroest in allerlei eigen regels en dogma's.
Ik heb geen enkele functie binnen de kerk, maar het doet me wel pijn, dat de kerk niet meer in staat is een groot aantal mensen echt te bereiken.

Tot slot
Dit verhaal gaat veel over het leven na Ravensbos. Meer dan uit dit verhaal blijkt bepaalt deze periode nog elke dag mijn leven. In die zin is deze periode, volgend op mijn lagere schoolperiode, bepalend geweest voor mijn leven.
Dit zowel in negatieve als positieve zin. Ik heb altijd positief teruggekeken op deze periode. Lang niet alles is rozengeur en maneschijn geweest, toch denk ik steeds met plezier en dankbaarheid terug aan deze periode en de mensen die daarin een rol gespeeld hebben.


Johan Schepers

Over de gevolgen van het verblijf tussen 1962 t/m 1966 op Ravensbos.

 

Pieter van Velzen

 

 

SiteLock