Persoonlijke bijdrage van:

 

Toon Maes
 

Alle lof aan de leraren van Ravensbos.

 

De laatste jaren ( 1962-1963) op Ravensbos,  in het perspectief van de introductie in de Oblatenfamilie middels het noviciaat in de peel van Evertsoord, heb ik vaak een grote bewondering gehad voor de priester-leraren van  het college.

Opgeleid om het evangelie te verkondigen in avontuurlijke omstandigheden, trotseren van ijsberen, bekeren van polygame zwarte mensen, construeren van kerken en scholen, arbeiders christianiseren in de armste regios, jongeren introduceren in het blijde christelijke geloven, en nieuwe volgelingen  scholen en  vormen, waren het  de pas gewijde idealisten die naar Ravensbos werden gestuurd om 'een vak waarvoor ze niet gestudeerd hadden' te gaan onderwijzen; aldus de gehoorzaamheid beoefenend in afwachting van betere tijden. De geboren priester-leraren waren er ook maar laat ik hier buiten beschouwing.

De paters Voogd en Uyterhoeven, uitmuntende leraren, konden op latere leeftijd naar het missiegebied Suriname om daar te doen waarvoor eigenlijke alles begonnen was: missioneringsarbeid in de geest van 'De Mazenot'. Ik herinner me nog als de dag van gisteren de lessen nederlands van pater Voogd  tijdens dewelke hij zo nu en dan liet doorschemeren zijn intens verlangen 'te vertrekken'. Uiteindelijk heeft de leiding hem daar geroepen waar zijn hart lag: de missie.

De paters Palm en Cartens, opdracht 'nederlands en duits' onderwijzen op het klein seminarie van de  eigen klup. Cursussen volgen, bijblijven, lessen voorbereiden, leraar zijn. Hoe kregen deze mensen dat klaar, naast het brevieren, in de kapel hun ding doen, pedagoog zijn en contacten onderhouden met confraters en biecht horen. Diep respect.

Pater Koot, ik zou hem willen omhelzen en bedanken voor wat hij me aan genereuze zelfopoffering  heeft gegeven. Ik herinner me dat hij na de wijding als priester werd aangesteld als docent latijn en grieks. Een energieke jongeman, wat ouder dan de leerlingen van de hoogste klassen, hij hield ervan te biljarten en te ontspannen samen met de oudere studenten, gehuisvest in de duitse vleugel. Tevens had hij de verantwoordelijkheid voor rust en orde, prefect dus. Vaak zag ik hem 's avonds na de avondrecreatie en het breviergebed, vertrekken, leerboeken grieks en latijn onder de arm, richting kamer 'Jan van der Zee', voor  bijlessen. In vakken die eigenlijk zijn ding niet waren. Toch deed pater Koot dat allemaal, voor het goede doel en met vol idealisme. Zijn bijdrage aan een nieuwe generatie paters die er niet meer is gekomen. Later is hij aalmoezenier geworden op een woonwagencentrum. In die funktie ben ik hem tegengekomen als initiatiefnemer van alfabetiseringsprojecten in het woonwagenkamp en heb ik hem nog wat overheidsgeld mogen toespelen; ik werkte toen bij de afdeling volwasseneneducatie van het ministerie van cultuur en maatschappelijk werk. Ik was blij te zien dat pater Koot  gearriveerd was waar zijn idealen lagen.

 

Zo ging dat een vijftigtal jaren geleden  en ik was er getuige van. Vandaag de dag niet meer voor te stellen, destijds heel gewoon. Blijken van de kracht van de oblatenfamilie, de energie van gedeelde idealen.; ja, dat zal het zijn 'de energie van gedeelde idealen', iedereen heeft een plek en is onontbeerlijk, en dus 'gevaloriseerd '. Tegenwoordig terug te vinden in sektes en extremistische abberaties van uiteenlopende geloven. Dus het bestaat nog altijd, zoals dat vroeger bestond in, naar mijn idee, een gezonde menselijke omgeving. Weggelopen vanwege de celibaatsverplichtingen na  één jaar theologie in Venray bij de Franciscanen, hebben velen  kennelijk hetzelfde gedaan. Met als gevolg dat kloostercomplexen werden ingericht als gevangenis, appartementen of overgegaan zijn in handen van tenoren van 'nieuwe religies'. De starheid van Rome en haar middeleeuwse theologie, het vermeende auteursrecht op 'de waarheid' , en de arrogantie boven de burgerlijke wetten te staan, maakten van de kerk een verdorven fossiel uit tijden die we met blijheid achter ons weten. De geschiedenis kent zijn eigen loop, niet om over te treuren maar een zekere nostalgie blijft.

 

Toon Maes

 

 Charles Eyk

 

 

SiteLock